Robotklauw wist zich verzekerd van de steun van de pantsertroepen van Legowenia. Ze trokken ten strijde: "Lego!", schreeuwde hij haast onverstaanbaar door het filigrijnen masker dat zijn lelijke robotkop verborg. De arm met de klauw rees en daalde; de strijdmachines trokken op tegen de onzichtbare vijand. Uit het duister vielen zaken neer die nimmer te beschrijven waren, maar er was geen noodzaak.

Ook te exposeren in Rotterdam en omgeving, gezien de kosten van een werk van Robotklauw een hele opgave, aangezien er vandaag de dag miljoenen voor geboden wordt.

Onder de voet gelopen en vertrappeld. Hij hakte in op een onbeschermd pantser en olie en bloed spoot alle kanten op. De strijdkreet der onaardse legers weerklonk: "Lego!", maar het was hol en leeg in een anderzijds vrolijk tafereel.

"Een nieuw Surreëel Tijdperk breekt aan Heer Robotklauw", zo kreet mij de waarschuwing van een heraut. Ik dacht even na voor ik antwoordde met: "Ga, en waarschuw de geketende Dadaïsten. Breek ze uit hun kluisters en vorm ze tot een Fantasmen Peloton, een vijfde kolonne. We zullen de wereld kunst laten zien!"

Aldus geschiedde, maar de galeristen en amateurici stonden ons in de weg.

In die grootse periode werd het Klauwlied geschreven door de HamBram, de altoos dolende schrijver. De laatste strofen van dit machtige lied luiden:

Wanneer je wegreist

Met je ziel in verwarring

Met je ijselijke Robothand

Hou mij een laatste keer

            In vervoering.